School
Onderwijs
De meeste ADHD-leerlingen volgen het reguliere onderwijs. Het opzetten van een systeem voor interne leerlingenzorg, het realiseren van samenwerkingsverbanden, het aanstellen van zorgcoördinatoren en het bevorderen van de sociale competentie van leerlingen zijn belangrijke ontwikkelingen in het onderwijs. In toenemende mate werkt de school daarbij samen met het maatschappelijk werk, orthopedagogen en psychologen. Het onderwijskundig rapport verschaft scholen belangrijke en relevante informatie over (zorg)leerlingen. De school heeft een belangrijke rol bij de gedragsherkenning. De verwijzing naar een instantie of huisarts gebeurt meestal door de school. Een goede zorgstructuur binnen de school en een samenwerking met instanties rondom de school zorgt voor een goede verwijzing en een signalering van problemen. Daarnaast dienen de leerlingbegeleiders op de scholen voldoende ondersteuning te krijgen van schoolondersteunende instellingen zoals schoolbegeleidingsdiensten.
Specialisten binnen en buiten de school
Binnen de zorgstructuur van de school kunnen verschillende afspraken gemaakt worden die zorgen voor een goede begeleiding van leerlingen met ADHD.
Hiervoor zijn diverse niveaus te onderscheiden:
De Drie niveaus van zorg
Eerstelijnszorg: docent en mentor
De docent kan met alle andere docenten in de leerlingenbespreking afspraken maken over de aanpak van de leerling. Alle docenten kunnen dan rekening houden met een algemene aanpak van alle leerlingen en met de specifieke aanpak van de individuele probleemleerling. De aanpak zal planmatig kunnen worden opgezet, waarbij het van belang is dat uitwisseling op docentniveau regelmatig plaats kan vinden (leerlingenbesprekingen en groepsbesprekingen). Aan de hand van een handelingsplan kan regelmatig geëvalueerd worden of de afspraken die gemaakt zijn nog gelden.
De mentor heeft hierbij een belangrijke centrale positie. In het geval van de ADHD-leerling zal hij veel contacten moeten onderhouden met de ouders. Daarnaast is de mentor voor de leerling de eerst aangewezen figuur waar deze terecht kan in geval van problemen. De mentor heeft contact met andere docenten, leerlingbegeleiders, de zorgcoördinator en andere specialisten (maatschappelijk werk, orthopedagoog/psycholoog).
Tweedelijnszorg: interne specialisten
De specialisten die in de school aanwezig zijn kunnen – afhankelijk van de structuur en de organisatie van de school – verschillen. De leerlingcoördinator en de zorgcoördinator kunnen zorgen voor goede leerlingbesprekingen. De hulp en begeleiding naar de leerling zullen intensief zijn. Wanneer binnen de school een zorgteam aanwezig is en ook op bovenschoolniveau afspraken zijn gemaakt, kan de mentor ook hier zijn vragen stellen. Soms zijn binnen deze teams ook maatschappelijk werkenden en orthopedagogen en/of psychologen aanwezig. De specialisten kunnen adviseren ten behoeve van het primair proces.
Derdelijnszorg: externe specialisten
Externe specialisten kunnen ingeschakeld worden voor het geven van handelingsadviezen. Hierbij kan gedacht worden aan medewerkers van:
De meeste ADHD-leerlingen volgen het reguliere onderwijs. Het opzetten van een systeem voor interne leerlingenzorg, het realiseren van samenwerkingsverbanden, het aanstellen van zorgcoördinatoren en het bevorderen van de sociale competentie van leerlingen zijn belangrijke ontwikkelingen in het onderwijs. In toenemende mate werkt de school daarbij samen met het maatschappelijk werk, orthopedagogen en psychologen. Het onderwijskundig rapport verschaft scholen belangrijke en relevante informatie over (zorg)leerlingen. De school heeft een belangrijke rol bij de gedragsherkenning. De verwijzing naar een instantie of huisarts gebeurt meestal door de school. Een goede zorgstructuur binnen de school en een samenwerking met instanties rondom de school zorgt voor een goede verwijzing en een signalering van problemen. Daarnaast dienen de leerlingbegeleiders op de scholen voldoende ondersteuning te krijgen van schoolondersteunende instellingen zoals schoolbegeleidingsdiensten.
Specialisten binnen en buiten de school
Binnen de zorgstructuur van de school kunnen verschillende afspraken gemaakt worden die zorgen voor een goede begeleiding van leerlingen met ADHD.
Hiervoor zijn diverse niveaus te onderscheiden:
- in de klas (eerstelijnszorg),
- buiten de klas (tweedelijnszorg)
- en buiten de school (derdelijnszorg).
De Drie niveaus van zorg
Eerstelijnszorg: docent en mentor
De docent kan met alle andere docenten in de leerlingenbespreking afspraken maken over de aanpak van de leerling. Alle docenten kunnen dan rekening houden met een algemene aanpak van alle leerlingen en met de specifieke aanpak van de individuele probleemleerling. De aanpak zal planmatig kunnen worden opgezet, waarbij het van belang is dat uitwisseling op docentniveau regelmatig plaats kan vinden (leerlingenbesprekingen en groepsbesprekingen). Aan de hand van een handelingsplan kan regelmatig geëvalueerd worden of de afspraken die gemaakt zijn nog gelden.
De mentor heeft hierbij een belangrijke centrale positie. In het geval van de ADHD-leerling zal hij veel contacten moeten onderhouden met de ouders. Daarnaast is de mentor voor de leerling de eerst aangewezen figuur waar deze terecht kan in geval van problemen. De mentor heeft contact met andere docenten, leerlingbegeleiders, de zorgcoördinator en andere specialisten (maatschappelijk werk, orthopedagoog/psycholoog).
Tweedelijnszorg: interne specialisten
De specialisten die in de school aanwezig zijn kunnen – afhankelijk van de structuur en de organisatie van de school – verschillen. De leerlingcoördinator en de zorgcoördinator kunnen zorgen voor goede leerlingbesprekingen. De hulp en begeleiding naar de leerling zullen intensief zijn. Wanneer binnen de school een zorgteam aanwezig is en ook op bovenschoolniveau afspraken zijn gemaakt, kan de mentor ook hier zijn vragen stellen. Soms zijn binnen deze teams ook maatschappelijk werkenden en orthopedagogen en/of psychologen aanwezig. De specialisten kunnen adviseren ten behoeve van het primair proces.
Derdelijnszorg: externe specialisten
Externe specialisten kunnen ingeschakeld worden voor het geven van handelingsadviezen. Hierbij kan gedacht worden aan medewerkers van:
- Bureau Jeugdzorg,
- de huisarts, Nederland
- de huisarts, België
- kinder- en jeugdarts,
- bovenschools zorgadviesteam
| < Vorige | Volgende > |
|---|






