Inloggen
Welkom Gast,

U kunt zich hier registreren
of hieronder inloggen.



Wijkcentrum gerenlanden Zwolle

Cafetaria Eethuis Zuid, Zwolle

Begeleiding

Sleutelwoord is structuur

De school is een uitgelezen plaats om de leerling met het Syndroom van Asperger te leren omgaan met leeftijdgenoten. Goede begeleiding is dan van belang. Docent kunnen veel voor deze leerling doen.

Vragen waar leerlingen mee zitten

Wat werkt wel en wat werkt niet

Voorstructureren

Het vereenvoudigen en verduidelijken van de omgeving en het aanbrengen van structuur. Dit kan door het gebruik van concrete taal, rustig voorspelbaar gedrag van de docent, het voorstructureren van de lesstof, het maken van een tijdsplanning en een vaste plaats in de klas.

Pedagogisch handelen

houd altijd de specifieke leerling met zijn individuele hulpvraag in het achterhoofd

  • wees voorspelbaar
  • stel je afstandelijk neutraal op
  • praat rustig, niet te veel en praat concreet
  • noem de leerling regelmatig bij de naam en zeg zooral wat hij wel moet doen
  • geef een rustige plek in de klas, dichtbij, waar je ze goed in het oog kunt houden en niet in de loop van andere leerlingen
  • laat de autistische leerling eventueel in de pauzes binnenblijven
  • zeg niet; snap dat nou; wat emotioneel niet aangevoeld wordt vraagt om een concrete uitleg
  • (cognitieve omweg)
  • praat met klasgenoten, vraag begrip
  • probeer probleemsituaties voor te zijn
  • houd toezicht tijdens de pauzes
  • wat ze niet aanvoelen kunnen ze wel aanleren.


Didactisch handelen geef duidelijke begrensde opdrachten


  • geef keuzemogelijkheid bij het stellen van een vraag
  • bedenk bij het formuleren van de opdracht altijd hoe de leerling de opdracht begrijpt
  • de strategie waarmee ze de problemen oplossen is anders; als de leerling de opdracht niet in zijn agenda zet, hoeft hij het niet te maken, want je moet alleen doen wat in de agenda staat
  • zorg dat de lesindeling duidelijk en voorspelbaar is
  • luisteren en aantekeningen maken (schrijven + motorische inspanning maken is een te complex proces)
  • als je je eisen afgestemd hebt mag je wel degelijk vastberaden zijn: 'we gaan dit gewoon doen net als iedereen'
  • let op plagen en pesten
  • het ontwikkelen van begrip door te leren analyseren en conceptualiseren.


Accepteren

Dit houdt meer in dan alleen weten wat autisme inhoudt. Het is ook het begrijpen dat het geen onwil maar onmacht is en dat in eerste instantie de docent zich moet aanpassen.

Stimuleren


Dit is gericht op het verhogen van de motivatie en het plezier op school. Leerlingen in de klas stimuleren begrip te tonen voor bepaald gedrag door zelf het goede voorbeeld te geven.
Leer de leerling ook aan klasgenoten om hulp te vragen en niet alleen aan de docent. Stimuleer vriendschappen en benoem in overleg een maatje. Moedig ze aan mee te doen met groepsactiviteiten.

Corrigeren

Het verbeteren van de basale condities die bij het leren van de vaardigheid betrokken zijn.

  • Leer ze complimentjes te geven
  • anderen te helpen en aandacht te geven
  • zichzelf bepaalde handelingspatronen opleggen
  • geef ze de gelegenheid met leerlingen met dezelfde interessen te praten
  • gebruik het gedrag van anderen als voorbeeld om iets uit te leggen.


Compenseren

Compenseren richt zich op het minimaliseren van de gevolgen die deze leerlingen ondervinden en is gericht op het versterken van de relatief sterke vaardigheden (bij deze leerlingen: visueel) met behulp van hulpmiddelen en faciliteiten. Geven van extra tijd bij proefwerken en het beantwoorden van vragen.

Gebruiken van eventueel picto's of tekeningen voor de te volgen strategie.

  • Veranderingen bijtijds aankondigen.
  • Visualiseren van bijvoorbeeld: stappenplannen, studiewijzers en het op het bord zetten van het huiswerk.
  • Bespreken wat de leerling moet doen bij lesuitval, roosterwijziging.
  • Geven van een studiewijzer of weekplanner.
  • Durf af te wijken van regels, voor deze leerlingen moet soms een uitzondering worden gemaakt.
  • Voorstructuren tekst door belangrijke tekst te onderstrepen.
  • Maak afspraken over als het niet lukt wat hij dan moet doen.


Dispenseren


Wat niet per se hoeft overslaan.

Remediëren

Zwakke punten in het handelingspatroon aanpakken.

Kenmerken en gedrag

Welke gedragingen laten leerlingen met het syndroom van Asperger en PDD-NOS zien?

Het sociale contact; de sociale wederkerigheid

Een leerling met het syndroom van Asperger lijkt zich niet bewust te zijn van de ongeschreven regels van de sociale omgang. Soms kan zo iemand erg onbeleefd lijken. De relatie is eenzijdig en soms grenzeloos en de leerling heeft de neiging tot het claimen van de ander. Ze bezitten weinig mogelijkheden om vriendschappen te sluiten en hebben een gebrek aan empathie. Leerlingen met het syndroom van Asperger zijn soms overbeleefd.

Verbale en non- verbale communicatie

Zowel leerlingen met het syndroom van Asperger als leerlingen met PDD-NOS: kunnen een enorme woordenvloed over je heen storten en vervallen in een monoloog. Bij beiden is nauwelijks sprake van een vertraagde taalontwikkeling.
Een leerling met het syndroom van Asperger heeft meestal van nature symmetrische gelaatstrekken en gebruikt duidelijk minder, of helemaal geen, gebaren- of lichaamstaal als reactie op iemands gedachten of gevoelens. Zij kunnen vragen stellen die geen verband houden met het onderwerp en niet begrijpen dat of wanneer je een gesprek kunt onderbreken. Dat houdt in dat er soms irrelevante opmerking gemaakt kunnen worden tijdens een uitleg.

Het verbeeldingsvermogen

Deze leerlingen denken vaak dat anderen precies hetzelfde denken. Doordat ze het dan vervolgens steeds weer de reactie van de ander niet begrijpen lopen ze het risico depressieve gevoelens te ontwikkelen en kunnen ze last krijgen van extreme schijnbaar onlogische angsten.
Beperkt repertoire van interessen en activiteiten. Bekend zijn de leerlingen die op een onderdeel uitermate veel kennis bezitten. Het kunnen later de onderzoekers en genieën zijn, mensen die echt heel lang met één ding bezig kunnen zijn en daar ook veel succes mee scoren.
Leerlingen met PDD-NOS vertonen soms opvallende zintuiglijke verschijnselen: voelen, proeven, ruiken, daar kunnen ze helemaal in opgaan. Bijvoorbeeld een over- en ongevoeligheid voor geluid.

Kenmerken

Kenmerken die in meer of mindere mate aanwezig kunnen zijn: wandelende encyclopedie

  • uitdrukkingen letterlijk nemen
  • mening geven op het moment dat het niet gebruikelijk is
  • geheugen voor details, voor onbelangrijke dingen
  • overgevoeligheid voor geluid, aanraken
  • weerstand tegen veranderingen
  • alleen op een plekje op het schoolplein zitten
  • in zichzelf pratend
  • liever met volwassenen praten
  • zelden oogcontact; zij beseffen niet dat uit iemands oogcontact blijkt hoe de ander zich voelt
  • dwangmatige gedragspatronen
  • niet gemotiveerd voor activiteiten die ze niet interesseert
  • sterke interessen voor een afgebakend onderwerp
  • moeite met uitdrukkingen en metaforen
  • opmerkingen maken die nergens op slaan
  • in gezelschap veel over zichzelf vertellen en daarmee anderen in verlegenheid brengen.

Motivatie

Leerlingen met het syndroom van Asperger zijn over het algemeen meer gemotiveerd dan leerlingen met PDD-NOS. Zij vervallen eerder in boos gedrag of blijven steken in verzet.

Motoriek

De motoriek is vaak niet vloeiend, ze hebben moeite met het vangen van een bal, het op één been staan, de coördinatie tussen boven- en onderlichaam, ritme en het synchroniseren van bewegingen en handelingen. Daarnaast zie je vaak stereotype bewegingen.